Als rijangstcoach krijgen we regelmatig te maken met mensen die een heel specifieke hulpvraag hebben. Het probleem wordt dan ongeveer zo beschreven: ‘Ik ben bang om letterlijk uit balans te raken in een bocht op de autosnelweg.’
In de bocht is er dan een sterk en soms overweldigend gevoel van instabiliteit ontstaan. Alsof de auto niet meer onder controle is, alsof het evenwicht verdwijnt en de grip op de situatie verloren gaat. Dat kan een zeer angstige ervaring zijn. En juist omdat het gevoel zo lichamelijk en direct aanwezig is, helpt het meestal niet om iemand op dat moment nog eens uit te leggen dat de auto technisch gezien gewoon veilig door de bocht kan rijden. Het is bijna nooit dat die kennis ontbreekt.
Wanneer iemand bij een rijangstcoach aanklopt, is dat omdat het zelf niet meer lukt om het gevoel onder controle te krijgen.
Wat zien we tijdens het rijden?
Wanneer we vervolgens samen de weg op gaan, zien we in eerste instantie vaak een herkenbaar patroon. Bij het naderen van een scherpe bocht verkrampt de bestuurder. De blik wordt kort en strak, gericht op de weg vlak voor de auto. De snelheid gaat omlaag en soms wordt er steeds verder afgeremd. Alles staat in het teken van controle houden.
Vanuit de begeleiding is het belangrijk om eerst te begrijpen waar de angst vandaan kan komen. Regelmatig blijkt het gevoel van instabiliteit niet alleen iets te zeggen over de bocht zelf. Het kan ontstaan zijn in een periode waarin iemand mentaal al veel te dragen had. Een periode van spanning, vermoeidheid of overbelasting kan ervoor zorgen dat iemand zich als het ware minder stevig en stabiel voelt.
Wanneer zo’n ervaring vervolgens onverwacht in een bocht ontstaat, kan het brein deze situatie opslaan als iets waar extra alertheid voor nodig is. Dat waarschuwingssysteem heeft een belangrijke functie want het helpt ons om gevaar te herkennen en snel te reageren. Maar soms blijft het systeem alarm slaan terwijl er geen daadwerkelijke bedreiging is.
Vertrouwen ontstaat door nieuwe ervaringen
De oplossing zit dan ook niet alleen in uitleg of overtuigen. Het lichaam moet opnieuw ervaren dat het veilig is. In de begeleiding oefenen we bijvoorbeeld met het verder vooruitkijken door de bocht. Ook besteden we aandacht aan spierspanning en ontspanning. Niet om het gevoel met kracht weg te krijgen, maar om ruimte te creëren voor een andere ervaring.
Zo kan iemand stap voor stap ontdekken: ‘ik kan deze bocht nemen, mijn lichaam kan dit gevoel verdragen en ik houd de controle.’
Het brein leert uiteindelijk niet alleen van wat we weten, maar vooral van wat we ervaren. Nieuwe, positieve ervaringen kunnen ervoor zorgen dat het waaksysteem minder snel aanslaat.
